Het Boekenbal: Voetballers met blonde haren scoren wél

01 oktober 2015 | Erwin Meeks | Boekenbal

Dure spitsen scoren niet

Bij Chelsea weten ze al langer dat dure spitsen niet persé garant staan voor een groot aantal doelpunten. Met Fernando Torres haalde de Londense topclub in 2011 het schoolvoorbeeld in huis van een peperdure topspits die zijn duizelingwekkende transfersom nooit in sportieve prestaties kon terugbetalen. Chelsea betaalde voor de publiekslieveling van Liverpool een afkoopsom van circa 63 miljoen euro en kreeg daar op drie jaar tijd slechts negentien doelpunten in de Premier League voor terug. De ongelukkige transfer van de Spanjaard is slechts één van de vele voorbeelden van dure doelpuntenmachines, die na hun toptransfer opeens hevig beginnen te haperen. Deze doelpuntenmachines kunnen direct worden afgeschreven op de balans en vallen onder de onverkoopbare inventaris. Want voetbal is en blijft big business, toch?

Waar komt de voetbalwijsheid vandaan?

Voetbalclubs blijven grote sommen geld neertellen voor een gemakkelijk scorende aanvaller, waar vervolgens een doelpuntenregen van wordt verwacht. Tegelijkertijd denken de meeste clubs én hun omgeving dat zij bezig zijn met het bedrijven van ‘big business’. Beide veronderstellingen zijn echter volledig fout. Dat tonen Simon Kuper en Stefan Szymanski aan in hun boek: Dure spitsen scoren niet, en andere raadsels uit het voetbal verklaard. De ervaren sportjournalist (Kuper) en de hoogleraar economie (Szymanski) trappen daarin met een knap staaltje onderzoeksjournalistiek, statistiek en feiten-analyse de heilige huisjes uit het voetbal omver. Zij slaan de eigenwijze en naïeve voetbalclubs, spelers, trainers en fans om de oren met de harde cijfers en feiten. Want waar halen al die voetbal-visionairs hun wijsheid vandaan?

In hun op economische en statistische inzichten gebaseerde boek wordt duidelijk dat veel van die ‘eeuwenoude’ voetbalwijsheden zijn gebaseerd op misvattingen, denkfouten, illusies of simpelweg kroegpraat. Kuper en Szymanski hebben het lef om de confronterende statistieken erbij te pakken, om aan te tonen dat veel voetbalwijsheden louter zijn ontleend aan buikgevoel en de waan van de dag. Het gaat echter wat ver om te spreken over het oplossen van raadsels uit het voetbal, zoals de subtitel van het boek suggereert. Het gaat meer om alledaagse voetbalvraagstukken die op een nieuwe manier (meer wetenschappelijk) benaderd worden. Deze manier van werken en analyseren is overigens blijvend actueel en relevant, ondanks dat de eerste Nederlandse vertaling van het Engelstalige origineel al in 2009 verscheen.

Liever een voetballer met blonde haren

Op sommige momenten hebben de onderzochte onderwerpen en het verhaal eromheen een pittig karakter, zoals het hoofdstuk over schijnbare discriminatie in het Engelse voetbal. Op andere momenten worden ook grappige verbanden en ontwikkelingen aangesneden. Zo blijkt bijvoorbeeld dat clubs eerder de neiging hebben om een voetballer met blonde haren te kopen, dan met een willekeurig ander kapsel. Wellicht zijn de blonde lokken van Ola Toivonen dus wel de belangrijkste reden geweest dat hij ooit een transfer naar PSV heeft kunnen versieren. Maar genoeg nu over uiterlijke kenmerken, want er zijn ook minder oppervlakkige bevindingen.

Het tweede deel van het boek gaat namelijk in op de maatschappelijke impact van voetbal, waarbij de schrijvers opnieuw met bepaalde stigma’s aan de haal gaan. Zo wordt een poging gedaan om te bepalen welk land op aarde het meest ‘voetbalgek’ is, inclusief het verband tussen voetbalsucces en het aantal zelfmoorden. Uiteraard gebeurt dit opnieuw via diverse cijfermatige variabelen, én met de literaire fijnzinnigheid van Kuper en de economische duiding van Szymanski. Voor de Nederlandse voetballiefhebber zal het hoofdstuk over het inhoudelijke spelelement ‘strafschoppen’ echter het meest beklijven. Edwin van der Sar keerde in 2008 de beslissende strafschop in de Champions League-finale. Statistisch onderzoek bleek daarvoor zijn beste raadgever, en dus niet de plakjes Milner-kaas waar hij zo graag reclame voor maakt.

Freakonomics met nieuwe inzichten

Kortom: uiteenlopende voetbalvraagstukken komen aan bod en worden op een verrassende en duidelijke manier rationeel geanalyseerd. De geoefende lezer zal misschien vinden dat het concept erg lijkt op het boek ‘Moneyball’ van Michael Lewis. Maar na het boek gelezen te hebben, zal men moeten onderkennen dat Kuper en Szymanski hun eigen weg hebben gekozen en vernieuwende onderwerpen en inzichten leveren. Dit duo van ‘Freakonomics’ heeft aan de hand van de feiten kunnen onderbouwen dat voetbalclubs geldverslindende, inefficiënte en impulsieve instituten zijn, waar doorgaans het wanbeleid en de waan van de dag regeert. Voetbalclubs als big business? Echt niet! En dure spitsen scoren dus ook niet. Nog een geluk dat Fernando Torres van nature wel blonde haren heeft...

Bekijk op bol.com

Erwin Meeks

Erwin Meeks is de eigenaar van VoetLicht Media en werkt daarnaast als (voetbal-)schrijver en eindredacteur. Namens VoetbalTube bespreekt hij tweewekelijks nieuwe of opmerkelijke boeken over of uit de voetbalwereld. De beelden op VoetbalTube zeggen vaak meer dan duizend woorden, maar voetbalboeken kijken op hun beurt weer verder dan het beeld.

FacebookTwitterGoogle+

Bekijk ook..

Reageer