De terugkeer van de statribune

01 juli 2015 | Stefan Smeenk | Smeenk kopt binnen

De terugkeer van de statribune.

‘I’ll be back.’ Dat waren de laatste woorden na het verbod in 1989. En in 2015 voegden zij daad bij het woord. Ruim 26 jaar hebben ze op zich laten wachten maar dan is de terugkeer ook meer dan spectaculair. De kurk mag van de champagne, de confetti uit de tas en de toeter uit de hoes. De statribunes keren terug in de Nederlandse stadions. Ik weet niet of het u ook was ontschoten maar er was dus een schreeuwende vraag om te kunnen staan in een stadion.

Dat is de wereld op zijn kop, in een tijd waar de mens steeds minder beweegt en steeds meer comfort eist. Krijgen we deze comfort niet? Dan gaan we doen waar Nederlanders zo goed in zijn: zeiken. We hoeven maar een half uurtje te staan in een volle trein of we weven via sociale media al klaagberichten in het wereldwijde web. ‘Half uur moeten staan#FML#Trainlife#DeNSspoortniet.

Vissers nemen een klapstoel mee naar de favoriete visstek,  In het park staan lukraak banken en in de metro sterven er dagelijks oudere mensen in een lus omdat jongeren de zitplaats niet willen vergeven. U hoort het al: de openbare ruimte kenmerkt zich door comfort. En dan willen voetbalsupporters ineens staan. Volkomen onlogisch allemaal. ‘Dat is sfeerverhogend,’ aldus een woordvoerder van de KNVB. Weet je wat pas sfeerverhogend is? Goed voetbal. Ik weet niet of meneertje Bobo van de KNVB recentelijk nog eens een Eredivisie-wedstrijd heeft bezocht maar goed voetbal op de Nederlandse velden is even zeldzaam als het vinden van een preutse prostitué.

Dus in kader van het recentelijk vertoonde spel zou ik juist de andere kant op redeneren. Geef de Nederlandse supporter juist datgene wat ze op vakantie ook verwachten. Leg ze in de watten want de gemiddelde voetbalsupporter is oververmoeid. Naast het 50 uur in de week werken zijn daar in de weekenden de verplichte bezoekjes aan de schoonouders. Tel daarbij de kinderen die het weekend thuis zijn en dan op de wedstrijddag ook nog in de file naar het stadion. In het stadion is het dringen voor een kop koffie, die op je weg naar boven uit je klauwen wordt gelopen. Dan mag de supporter de wedstrijdje kijken en gezamenlijk in dezelfde file naar huis. 

Een gemiddelde supporter hoeft niet naar Amsterdamse de wallen want daar kijkt hij al 24/7 naar. Hij is kapot en daarom ben ik ervoor dat die stadionstoelen eruit worden gesloopt. Maar in plaats van klapstoelen moet er plaats worden gemaakt voor 52.000 stretchers. Kussentjes erbij, zacht dekentje en warme koppen melk met anijs. Even in 90 minuten onthaasten van al het doordeweeks gezeik. Niks gezang maar stiltevakken in het stadion.

En wil de supporter drank, dan krijgt hij drank. Met een druk op de knop dient hij bedient te worden door een blonde stoot met mini-rok en twee enorme pluspunten. Op een dienblad serveert zij een Piña Colada met parapluutje.  De wedstrijd mag via de binnenkant van de ogen worden gekeken en zodra de bal in het netje verdwijnt, wordt hij daarvan op de hoogte gebracht door de ‘de stadion-app’ die hevig begint te trillen. Op deze manier kan de supporter toch live bij het juichen zijn. De steile stadiontrappen worden vervangen door roltrappen die je door het stadion naar je geparkeerde auto brengt. Op de snelweg staan de wisselspelers van de club te controleren dat er perfect geritst wordt zodat men snel en veilig huiswaarts keren.Dat mag een club best wel bekostigen met die stijgende prijzen van seizoenskaarten en het mindere spel. Dan krijg je tenminste waar voor je geld. In plaats van stoeltjes weghalen, comfort ontnemen en daar dan de hoofdprijs voor te vragen.

Acht, wat zit ook eigenlijk oud-Hollands te zeiken. Stiekem heeft een staanplaats in het stadion toch ook wel weer iets nostalgisch. Mannen die niet meer kunnen na negentig minuten staan en maar te drentelen van het ene op het andere been. Steunend met één hand op de schouders van degene voor zich, met om de beurt opgetrokken benen zodat ze even worden ontzien. Bij koud weer staan supporters dicht tegen elkaar waardoor de één de hartslag van de ander in de rug voelt. Met warm weer staan ze net zo goed dicht tegen elkaar aan. Je kan tenslotte geen kant op. En dan het gejuich. Vanuit de luie stoel is dit gestaag, vanuit de sta-positie wordt er een gat in de ozonlaag gesprongen. Zo werkt het nou eenmaal.  Een echte supporter kan de uitstraling van het sta-vak niet weestaan en zal zelden denken: ‘he, weer staan.' Kom maar op met die sta-tribune of aners slaap ik er wel een nachtje over op een uitgeklapte stretcher.

FacebookTwitterGoogle+

Bekijk ook..

Reageer