Profvoetballers houden ons voor de gek

22 juli 2015 | Stefan Smeenk | Smeenk kopt binnen

Profvoetballer houden ons voor de gek

Terwijl de voetballers dartelen over het trainingveld, de trainers de potloodpunten slijpen en de transfergeruchten niet onder doen van een roddel van matige riooljournalist, zit daar een columnist opgesloten in zijn werkhok. 20+ graden buiten, de kamikazemussen zitten op het dak, de skûtsjes ut fryslân dobberen kalm rond op de plas en op voetbalgebied is er de komkommertijd aangebroken. Natuurlijk heeft u gelezen dat Cillessen een principe-akkoord heeft met ManU en wacht totdat De Gea oprot. U weet inmiddels dat Clasie weigerde op een fiets met een Ajax-sticker te klimmen. Ik vertel u niks nieuws als ik als doorgeefluik zeg dat Zeefuik zijn hotse-knotse-begonia-talenten vanaf nu bij de wereldberoemde Turkse club Balikesirspor gaat demonstreren. En dat is precies het probleem met het werken in de voetbalwereld: iedereen zit overal bovenop.

Elk nieuws is verzadigd zodra uitgesproken, omdat een ander ‘leuk weetje’ zich erbovenop stapelt. En nog functioneren die jongens naar behoren. Hoe anders zou het zijn dat u na een stevige vergadering over het jaarlijks personeelsuitje naar buiten loopt en een microfoon onder uw snufferd krijgt gedrukt van een gulzige journalist met Abc-vraagstelling.
‘Hoe vond je het gesprek zelf gaan?’
‘Nou ja, elk gesprek is anders. We proberen het als team te doen. Kijk als hun hoog inzetten met lasergamen in de ‘Zevende hemel’ in Heerenveen, dan gaan wij natuurlijk niet het discobowlen in ‘Het derde gat’ in Meppel zo 1-2-3 opgeven.
‘Dat begrijp ik maar voel je je al direct thuis na je transfer?’
‘Kijk, uuuuh, ik heb lang gevochten op de afdeling administratie om hier te komen. Natuurlijk is het een stap hogerop, aaanuuh, aangezien, uuuh, iedereen op afdeling P&O wil werken. Des te blijer ben ik met de progressie die ik hier maak –al maakt het team deze stap voor mij natuurlijk veel makkelijker.’

U ziet het al: dit gaat helemaal nergens over. En toch vragen wij voetballers dagelijks met steekhoudende argumenten te komen op allerlei flutvragen. Uit ervaring weet ik dat voetballers zich rot lachen zodra de camera’s uit zijn. Die mediatrainingen waardoor ze allemaal dezelfde antwoorden geven op dezelfde vragen, is slechts voor eigen vertier. Puur om ons als kijker en liefhebber in de zeik te nemen. Onlangs stond ik in een spelershome van een willekeurige club uit het oosten die momenteel in financieel zwaar weer verkeerd (ik noem geen namen). De lange kale spits –die ik uit privacy redenen anonimiseer maar die via Rotterdam en Milaan nu in Tukkerland vertoefd– stootte zijn teamgenoot aan en er onstond de volgend dialoog:

‘Weetje wat die hapsnurker van een journalist vroeg?’
‘Nou?’
‘Precies diezelfde k*tvraag die hij die week ervoor ook stelde!’
‘Welke?’
‘Over dat ik die goal moest beschrijven.’
‘En toen?’
‘Toen heb ik net gedaan alsof hij zelf geen ogen in zijn kop had en heb ik acht minuten lang verteld over wie de pass gaf, wat hij aan had, wie zijn vader en wie zijn moeder is, hoe hard de bal aankwam, hoe goed ik me voelde, welke loopactie ik maakte, hoe ik de bal op mijn hoofd kreeg, hoe die bal het net in vloog en hoe ik daarna juichend naar de cornervlag liep.’
‘Haha, en hij onderbrak je niet?’
‘NEE!’
‘Maar de fans hebben dit toch al tot in den treuren al in de herhaling gezien?’
‘JA!’

Waarna de heren de glazen discreet klinken en een slok Chateau Mouton Rothschild uit 1945, nemen. Er wordt georeerd over het verheerlijken van geweld door Nietzsche omdat het volgens hem een intrinsiek gegeven uit de natuur is. Er wordt volop getwist over smaak. De één typeert het doek Camille van Monet als temperamentvol dat de eunuque vastlegt als nooit daarvoor. Zodra er een journalist passeert en vraagt naar het favoriete boek geeft iedere voetballer steevast ‘De ontvoering van Freddy Heineken’ op. De journalist noteert, is amper vertrokken of huppatee daar wordt Capote in koelen bloede geciteerd.

Voetballers spelen een spel zowel in- als buiten het veld. We worden gewoon ordinair in het ootje genomen. Dus zodra u een lullig komkommertijd berichtje ziet verschijnen dat een puntspeler van Den Haag elk moment kan vertrekken naar een topclub; geloof het niet. Hoort u daar een technisch directeur zijn vertrouwen uitspreken over de huidige trainer? Krijg argwaan. Zegt een speler niet aan een transfer te denken omdat hij zich wil richten op zijn huidige club? Ga er maar vanuit dat hij vertrekt. Zegt een columnist dat profvoetballers lijden aan een hogere intelligentie? Doe uzelf een lol: trek altijd alles in twijfel.


Stefan Smeenk

Smeenk is onze wekelijkse columnist die elke zondagavond trouw met een bord bami op schoot, kritisch de samenvattingen bekijkt. Neem daar alle afleveringen van Voetbal International, Studio Voetbal, het Sportjournaal, FOX Sports en de sportkatern van de dagbladen bij. Elke woensdag zal Smeenk de miljardenbranche van het betaald voetbal tegen het licht houden en daar verslag van uitbrengen. Soms ludiek, dan weer bot en af en toe vertederend maar altijd louter en alleen voor uw vermaak. 

Lees ook:
- Van Basten is een flegmatiek sierpaard
Marinus Dijkhuizen kan net zo goed blind en emotieloos zijn
- 'Luisenleven': Suárez op weg naar de Champions League-finale
- Een kaart van Van der Vaart
'Fred Raket II', het slotakkoord
Sergio Ramos naakt! Wat u niet mocht zien
- En dan wint Groningen de beker
Karim RekkkiKIEK Karim Rekik
10 voetbalvragen aan een blonde stoot

FacebookTwitterGoogle+

Bekijk ook..

Reageer