Wissel...

13 april 2016 | Stefan Smeenk | Smeenk kopt binnen

Waar veel mensen zondag hebben genoten van het zonnetje heb ik mij bezig gehouden met de meest onzinnige bezigheid sinds het ontstaan van de mensheid. Ik kreeg de uitnodiging om ergens diep verstopt in de krochten van Noord-Friesland, mijn eclatante voetbalkunsten bij een tweede elftal zondagklasse te vertonen. Normaal gesproken haal ik mijn neus op voor dit soort randzaken. Ik ben gierig wanneer het op eer aankomt en vaak houd ik hem dank ook geheel voor mijzelf. Helaas liet ik mij afgelopen weekend door een vriend overhalen om mee te spelen in het tweede van Schubbekutteveen.

Juist, ik zeg helaas want wat zich zondagochtend om 08:50(!) afspeelde heeft mij tot in de kruin van mijn trots gekrenkt dames en heren. En de wereld mag het weten. De morgenstond heeft goud in de mond’ is een oud-Hollands spreekwoord. In dit geval was het de morgenstond heeft de smaak van een kattenbak in het smoelwerk. Zaterdagavond –de stapavond bij uitstek– was uitgelopen van ‘niet meer dan twee rode wijntjes bij het eten’ tot een schaamteloos bacchanaal waarvan de duivel zou blozen.

Dat ik wakker word op dat godvergeten tijdstip is al een goddelijke interventie. Het enige teken van leven dat hij die dag zou geven. Ik word opgehaald door de gesponsorde auto van SBS6 Wegmisbruikers: De VW-Golf met spoiler, booskijkertjes en tribal stickers. Ik til mijn kringloopvoetbalschoenen de achterbak in en glimlach met wijnpaarse lippen naar de centrale verdediger van vandaag.
‘Goedemorgen.’
‘Goedemorgen.’

De enige woordenwisseling in deze rijdende badkuip. De volumeknop gaat volledig open en uit de boxen komt oorverdovend muziekvervangend gebonk. Tijdens deze onstuimige rit toont de chauffeur aan waarom het hendeltje boven de bijrijdersdeur verdomd handig is in scherpe bochten op hoge snelheid. Ik laat graag een impressie achter bij mensen. Vandaar dat mijn nagels na een half uur gekerfd in het dashboard staan. Na een rotonde die linksaf wordt genomen ‘omdat er toch verder niets aankomt,’ zien wij een mosgroen bord met afgebladderde verf en door de zon vergaande letters opduiken. Achter een grijs ABC-hekwerk staat een bouwkeet waar de geur van gehaktballen in het vet naar buiten komt. ‘Aaaah,’ zegt de verdediger. ‘We zijn er.’

Ik tref mijn nieuwbakken teamgenoten in de kleedkamers. Uit het meegenomen stereotorentje pruttelt ‘Kleine Jongen’ van Andre Hazes en ik schud wat handen. Aan de helmen onder ieder voetbalshirt concludeer ik dat de centrale verdediger en ik als enige met de auto zijn gekomen.

Iedere voorbereiding in het amateurvoetbal gaat hetzelfde. Mannen van veertig die elkaar overschreeuwen. De achternamen worden gebruikt als voornamen. De bitum dakdekker maakt wat schunnige opmerkingen over de vrouw van kalende interim-manager en naast mij trekt er iemand een lijkenlucht uit zijn voetbaltas. Het blijkt geen kadaver te zijn maar de door modder uitgedroogde voetbalschoenen van afgelopen training. Ik ruik de Vicks® Vaporub en hoor het lostrekken van witte tape dat fungeert als sokkenophouder. Dit is amateurvoetbal. Ik ben er klaar voor.

‘Smeenk, wissel’ zegt de trainer bij het oproepen van de namen. Ik kan niet onder de kleine bankjes stoppen dat ik teleurgesteld ben. Natuurlijk ben ik gast in dit team maar stiekem droomde ik van een basisplaats. We spelen op een achtergelegen enkelverstuikveldje waar de helft van ons team al klaar is met de warming-up terwijl wij nog moeten beginnen. Op dit niveau doet men niet aan teambuilding. ‘Bek houden, afspelen en geen rare hakballen want we zijn hier niet in het circus,’ is het credo.

Na tien minuten 'hakkenbil' en drie minuten aanfrunniken met een bal, mag de wedstrijd beginnen. Ik kan u vertellen: kijken naar de wratten van Paulien Cornelisse is prettiger dan wissel staan. Wissel staan is een kutklus. Je klaagt al over het spel in de Eredivisie en hier sta je te gluren naar een niveau ver onder vriespunt. De tegenstander speelt voortdurend lange ballen waardoor middenvelder nekhernia's oplopen. De clubscheidsrechter is van het type: ‘middencirkelstruinen die zo abominabel hard op zijn fluit moet blazen omdat hij hem anders zelf niet hoort.’

Na de eerste helft die langer duurt dan een dialoog tussen Erben Wennemars en Sanne Hans, kom ik terug naar de sovjet-kleedkamer waar de thee al koud is. Ik heb net 45 minuten geprobeerd de aandacht van de trainer te trekken maar moedwillig negeert de man mij. Waarom is een raadsel. In de kleedkamers hangt de sfeer van een crematieoven. De autoverkoper legt aan de keepende restauranteigenaar uit in welke formatie de tegenstander speelt. Clichés als: ‘gewoon drukzetten’, ‘direct aanpakken’ en ‘we hoeven deze pot niet te verliezen’ echoën tegen de badkamertegels.

En ik? Ik zit nog steeds te wachten totdat ik dit bloedhete trainingspak mag uittrekken en mijn kunsten kan vertonen. De trainer kijkt mij aan en vraagt of ik fit ben.
‘Ik? Ik ben topfit! Fitter kan niet.’
‘Mooi.’ En hij overhandigt mij de fluorgele vlag.
Ik had ongelijk. Niet wissel staan maar vlaggen is de meest onzinnige bezigheid sinds het ontstaan van de mensheid. Mijn moed zakt in het drainagesysteem. Daar sta je dan: tweebenige, multi-inzetbare, fulltime vedette. Langs de lijn met zo’n lullige stok in je klauwen.

Het gevoel dat je bij gym als laatste wordt gekozen borrelt weer naar boven. Ik kan ook helemaal niet vlaggen. Ik let niet op. Geen idee welke kant ik op moet wijzen voor een ingooi. Daarbij komt: ik ben ook te eerlijk –iets wat je nooit moet zijn in het amateurvoetbal. Schwalbes worden hier potsierlijk uitgevoerd en de vlaggenist aan de overkant denk dat de vlaggetjesweek bij C&A is aangebroken. Die man vlagt bijna zijn arm uit de kom op alles wat beweegt. Ik ben wat minder enthousiast en mis een cruciale buitenspelval waaruit wordt gescoord. Het hele team van Schubbekutteveen valt over mij heen. Eigen schuld je kan ook een sierpaard niet aan het werk zetten. Vlaggen is stom, wissel staan is stom. Wat doe ik mijzelf ook eigenlijk aan? Wat doe ik hier? Wat doe ik met mijn leven? Waar is God als je hem nodig hebt?

En dan, alsof de grote man mij heeft gehoord. Alsof ik niet een zandkorrel ben in het bestaan van de mens breekt de zon door. Het lijkt wel 30 graden. De trainer kijkt mij aan, wenkt mij, ik mag de vlag inleveren bij een andere wissel die op mij af komt lopen en gretig geef ik de vlag af. Weg met dat ding.

Ik loop in stevige draf op de trainer af en trek de rits van mijn jackje omlaag. Het maagdelijk witte shirt van Schubbekutteveen met daarop Slagerij Ko Telett ‘topworsten van topkwaliteit’ blinkt in de vroege zomerzon. De trainer zegt in de stem van een bruin cafe:
‘Nog drie minuten. Ga maar weer zitten want zelfs vlaggen kan je niet.’
Gewisseld worden zonder ook maar een minuut te spelen.
Mijn leven is zinloos.

Goede wissels zijn niet lastig om te vinden

Smeenk is onze wekelijkse columnist die elke zondagavond trouw met een bord bami op schoot, kritisch de samenvattingen bekijkt. Neem daar alle afleveringen van Voetbal International, Studio Voetbal, het Sportjournaal, FOX Sports en de sportkatern van de dagbladen bij. Elke woensdag zal Smeenk de miljardenbranche van het betaald voetbal tegen het licht houden en daar verslag van uitbrengen. Soms ludiek, dan weer bot en af en toe vertederend maar altijd louter en alleen voor uw vermaak. 

Lees ook:

Marco Van Basten schrijft boze brief aan Koopmans Pannenkoekenmix
- Eerste winteraankoop Ajax bekend: Colin Kazim-Richards
De beklemmende Adidas-spermatozoïdenkledij van '74 is aansprakelijk voor deze kansloze generatie
- De Eredivisie is een nichtendisco
- De tranen van Foppe
- Een verbitterd live verslag van Nederland - Tsjechië
- Uitgelekt de sms-conversatie tussen Danny Blind en Phillip Cocu 
Wereldfilosoof Quincy Promes zet onze maatschappij op scherp
In de naam van Blatter, FIFA en de schijnheilige geest
Een volwassen man in trainingspak

FacebookTwitterGoogle+

Bekijk ook..

Reageer