Smeenk kopt binnen: Wat maakt voetbal de moeite waard?

28 januari 2015 | Stefan Smeenk | Smeenk kopt binnen

Elke week gris ik in de schappen van mijn frustratie, woede en argwaan ten opzichte van trainers, spelers, fans, clubs en beleidsbepalers. Soms voel ik me een azijnzeiker die azijn zeikt over de azijnzeikers. Voordat ik me weer volledig stort in de malaise van een ander, heb ik mezelf eens de spiegel voorgehouden. Waarom doe ik het eigenlijk? Wat spreekt mij aan in het voetbal? Wat maakt het de moeite waard om elke week in die verrekte pen te klimmen en mij te uiten?

Dit weekend moest ik qua spektakel niet ver te zoeken. De klassieker. Kapot geschreven, becommentarieerd en geanalyseerd. De meest lachwekkendste reactie was de column van Johan Cruijff die wegens omstandigheden niet heeft kunnen kijken naar de pot maar aan de statistieken al wel gezien had dat het een Ajax onwaardige wedstrijd was geweest. Nu begrijp ik dat het ineens hip is om het orakel uit Betondorp tegen te spreken. Maar na het lezen van dit nieuws zakte mijn broek zo hard af dat mijn klomp brak. Geen wedstrijd zien maar wel een mening. Dat is hetzelfde als Stevie Wonder vragen over de ruit op het middenveld.

Cruijf doet het zoals hij speelde: gewoon alles op gevoel. na wat statistiekporno dat geschreven is in braille, heeft hij zeker ook ‘gezien’ dat Cillessen nog wel kans maakte tegen straatvechter Kazim-Richards. De Feyenoord-spits staat Jasper –as you read– nog steeds op de parkeerplaats van de Arena op te wachten. Wat Kazim niet weet is dat de Nijmeegse sluitpost het stadion heeft verlaten via een zijdeur met een plaksnor op, regenjas aan en een krant met twee ogen eruit geknipt. Geef hem eens ongelijk. Liever met de staart tussen de benen vluchten met je ingevallen kippenborstje dan het opnemen tegen een MMA-Fighter verkleed als voetballer.

Kazim verzocht Jasper even naar de catacombe te komen omdat Kazim geen zin heeft in ‘babygames’ –die speelde hij wel met zijn twee kinderen. Nu ben ik wel héél benieuwd hoe die kinderen van Kazim eruit zien want als die zulke spelletjes spelen met pappa Richards, dan zal bureau Jeugdzorg wel kind aan huis zijn.

De dans rondom het spel van de klassieker was boeiender dan de pot zelf. Alleen dit is nog steeds geen antwoord op mijn vraag. Wat maakt voetbal zo mooi? Waar zakken mijn sokken nou vanaf als ik op de bank zit en voetbal gluur? Het zit –zoals wel vaker gebeurt met geluk– in hele kleine dingen.

Een potje Everton – Liverpool. De centrale verdediger speelt de linkermiddenvelder die zich na een loopactie vrijspeelt, strak in. Ondanks zijn beperkte vrijheid ziet hij de rechtsvoor in het gat tussen twee verdedigers duiken. Met een doffe knal lanceert de linkerpoot de bal en deze neemt een strakke vlucht over het gehele veld. De rechtsvoor anticipeert zich op de pas, neemt een diepe ademteug zodat de wangen bol staan, de borstkast gaat vooruit en de rechtsvoor laat de perfect aangemeten pas dusdanig op zijn torso stuiteren dat het leer in de loop voor zijn goede voet valt.

Simplistisch, een strakke bal die aankomt. Twee spelers die elkaar zonder woorden aanvoelen, een nat veld, zichtbare techniek na jaren training, een groene grasmat. Het zijn de klassieke rood en blauwe tenues, het is het publiek dat uitbundig reageert op een vernuftig staaltje soeplesse. Daar krijg ik nou –zoals Kelly uit Big Brother al eens eufemistisch verwoorde– een natte la van. Het is intrigerend om te zien hoe twee topatleten moeiteloos acties uitvoeren voor tienduizenden fans waar kinderen later over dagdromen.

Ik liep als kind standaard in een namaak tricot van Del Piero, Kiprich of Zidane en idealiseerde ze. Het wijzen naar de bal, een opgestoken vingertje na het scoren, een schwalbe voor het versieren van een vrije trap. Zelfs de afgemeten passes naar achter synchroniseerde ik. Als de dag van gisteren zie ik voor me hoe ik in de ogen van een vriendje keek die met enige spanning op goal stond te wachten op mijn schot. Na een zwak schot dat ik inbeelde als een kanonskogel, hobbelt de bal naar de rechteronderhoek. Mijn vriendje gaat te langzaam naar de hoek en de bal verdwijnt tussen een jas en de stam van een perenboom.

‘GOAL!’ schreeuw ik, de vrijtrappenspecialist, over het veldje. Met uitgespreide armen ren ik richting een denkbeeldige cornervlag waar ik het doelpunt met de duizend meegereisde fans in vorm van de gemeentetuin vier. De hele dag blijven voetballen dat deden we, net zolang dat het donker werd, de bal onzichtbaar was en de tijd aanbrak om de samenvattingen te kijken. Alles sloeg ik op, het was mijn voer voor de nacht. Een nacht waar ik met mijn idool in perfect samenspel speel met de verwachting dat deze droom werkelijkheid werd. Voor iemand met mijn kwaliteiten was het niet meer dan wensdenken. 

Mijn vreugde voor het voetbal zit het hem vooral in de beleving. De transfergeruchten, de creativiteit in de spandoeken van de fans. Het voetbalshirt voor aankomende seizoen waar een oneindige discussie met je vrienden aan kleeft over de perceptie van wat mooi en wat lelijk is. De club die dreigt failliet gaan en altijd weer een geldschietende fan weet te vinden. De pijnscheut door het hart bij het zien van ‘de teen van Casilias’. De verrukking van het talent dat doorbreekt of juist een naast-zijn-schoenen-lopend-ventje dat roemloos faalt. Daar zit het hem voor mij in.

Rinus Michels had ongelijk. Voetbal is geen oorlog maar een samenkomst van sentiment en verwachting. En nu moet u mij excuseren dat ik mij terugtrek, een vinger in mijn keel druk en al boomknuffelend mijn tranen op een boomschors uitwrijf.

Liefde, vrede en eenheid.. ofzo.

Football is beautiful:


Stefan Smeenk

Smeenk is onze wekelijkse columnist die elke zondagavond trouw met een bord bami op schoot, kritisch de samenvattingen bekijkt. Neem daar alle afleveringen van Voetbal International, Studio Voetbal, het Sportjournaal, FOX Sports en de sportkatern van de dagbladen bij. Elke woensdag zal Smeenk de miljardenbranche van het betaald voetbal tegen het licht houden en daar verslag van uitbrengen. Soms ludiek, dan weer bot en af en toe vertederend maar altijd louter en alleen voor uw vermaak. 

Lees ook:
Waarom blijft van der Hoorn zichzelf dit aandoen?
Transfermarktwijven
Een handtekening van een moordenaar
- Het voetbaljaar 2014Een witte zakdoek voor The Dutch Balotelli
'Typisch Toine'

FacebookTwitterGoogle+

Bekijk ook..

Reageer